Armoede onder mbo-studenten is een urgent maar onderbelicht probleem. Volgens de nieuwe definitie van armoede van het CBS, SCP en Nibud leven een half miljoen Nederlanders in armoede. Nog eens meer dan een miljoen mensen leven op de rand van armoede. Een op de dertien minderjarigen en een op de vijftien jongvolwassenen tussen de 18 en 21 jaar leeft in armoede.
Dat speelt dus ook onder mbo-studenten. Onderzoek laat zien dat geldzorgen en schulden veelvoorkomend zijn onder mbo-studenten. Volgens cijfers van het Nibud heeft maar liefst 43% van de mbo-studenten een studieschuld en heeft ruim een kwart ook andere schulden, zoals betalingsachterstanden of leningen buiten de studielening om.
Deze cijfers zijn geen papieren werkelijkheid. Ze laten zien dat duizenden jonge mensen dagelijks moeten afwegen of ze studiemateriaal, eten of andere kosten betalen.
Ook zien we dat geldzorgen een grote druk leggen op het welzijn van studenten. Stress door geldproblemen is een terugkerend thema. Het opgroeien in armoede of met geldzorgen heeft nog meer grote gevolgen voor mbo-studenten. Een mbo-student die zonder ontbijt de deur uit gaat heeft minder concentratie op school en zal dus vaker stress en buikpijn ervaren. Dit is maar een van de vele voorbeelden.
Armoede creëert bovendien ook structurele ongelijkheid. De Onderwijsraad constateert in recent onderzoek dat jongeren die in armoede opgroeien minder toegang hebben tot goed onderwijs. Het niet kunnen betalen van schoolkosten belemmert namelijk hun deelname aan het onderwijs. Dat kan leiden tot studievertraging, voortijdige uitval en minder doorstroommogelijkheden, waardoor die ongelijkheid in stand wordt gehouden in plaats van verkleind.
JOBmbo ziet dat er de laatste jaren stappen zijn gezet: er zijn meerdere onderzoeken geweest over armoede en geldzorgen en er is steeds meer bewustwording. Het liefst zien wij dat iedere school verplicht beleid uitvoert op het signaleren, ondersteunen en stimuleren om armoede en kansenongelijkheid te doorbreken.
Daarbij speelt ook het ministerie van OCW een zeer belangrijke rol, te beginnen met het mbo-studentenfonds. JOBmbo vindt dat de maximale leeftijdsgrens voor het studentenfonds moet worden afgeschaft. Armoede stopt niet zodra je 18 jaar of ouder bent. Juist deze studenten krijgen te maken met extra kosten, zoals het betalen van lesgeld. Het feit dat je vanaf 18 jaar recht hebt op een basis- en aanvullende beurs weegt hier niet altijd tegenop. Ook moet er ingezet worden op bekendheid van het fonds onder studenten en hun ouders, en moet het op een eenvoudige manier te raadplegen zijn. Op langere termijn pleit JOBmbo voor gratis leermiddelen voor iedere mbo-student.
Een andere belangrijke stap in het tegengaan van armoede is gelijktrekken van het studiefinancieringsstelsel tussen mbo, hbo en wo. Doordat er voor mbo-studenten nu andere regels gelden, lopen zij jaarlijks soms wel duizenden euro’s mis.
We vinden ook dat mbo-studenten financieel goed onderlegd moeten zijn. Daar is een rol voor de scholen weggelegd. Financiële educatie kan onderdeel zijn van burgerschap.
Ten slotte is JOBmbo van mening dat de tijd van tijdelijke en halve maatregelen voorbij moet zijn. De politiek moet inzetten op structurele investeringen en echt langetermijnbeleid in samenwerking met studenten, ouders en scholen. Het is tijd voor actie om de cirkel van armoede en kansenongelijkheid te doorbreken.